Ga naar inhoud Ga naar inhoud
Toegevoegd!
Bekijken Afrekenen
De economische impact van natuurrampen op de elektronicasector
Diepgaand

De economische impact van natuurrampen op de elektronicasector

Delen Facebook LinkedIn X / Twitter WhatsApp

Late shipments rose by 26 to 32 percent across Belgium, Germany and the Netherlands. Dat is geen zinnetje uit een jaarverslag. Dat is wat logistiek databedrijf FourKites mat in de week van 11 juli 2021, toen het water in de Vesdrevallei tot aan de eerste verdieping stond en de e-commerce in de regio — een sector die leeft bij de belofte van morgen in huis — voor het eerst in jaren die belofte niet kon waarmaken.

De wachttijden bij distributiecentra stegen in België met 14 procent, in Duitsland met 10. Wegen lagen open. Bruggen waren weg. Sorteercentra werkten op noodstroom of werkten niet. En in de Luikse regio zaten 41.000 huishoudens zonder elektriciteit — wat betekent: geen wifi, geen router, geen laptop die oplaadt, geen Bol.com-app die opent.

Ik denk soms aan die dagen als ik onze bestellijst doorloop. De meeste orders verlopen zoals ze moeten verlopen: iemand zoekt een tablet, vergelijkt, bestelt, ontvangt, en in het beste geval horen we niets meer. Dat is e-commerce zoals het hoort te zijn — stil en efficiënt. Maar af en toe is er iets anders. Een cluster aan bestellingen vanuit dezelfde regio. Dezelfde categorieën — tablets, laptops, smartphones. De basisapparaten. Niet de gadgets, niet de accessoires. De dingen die je nodig hebt om te functioneren.

Na juli 2021 was Luik zo'n cluster.

De week dat e-commerce essentiële infrastructuur werd

Er is een beeld van natuurrampen dat niet klopt, en dat beeld gaat zo: de ramp gebeurt, de hulpdiensten komen, het water zakt, en dan begint de wederopbouw. Alsof het een lijn is met een begin en een eind. Dat is het niet. Het is een web. En in dat web zit een draad die bijna niemand benoemt: de digitale wederopbouw.

In België werden na de overstromingen van 2021 meer dan 71.000 schadeclaims ingediend, voor een totaal van 2,1 miljard euro. Dat zijn cijfers van Assuralia, de Belgische verzekeraarsfederatie. Daarbij: 6.602 beschadigde auto's, waarvan de meeste total loss. De Waalse regering raamde de totale schade voor de regio op 2,8 miljard. MunichRe schatte de Europese schade op 46 miljard.

Kijk. Achter die getallen zit een gezin dat terugkeert naar een huis waar de televisie, de laptop, de router, de opladers, het modem, de spelconsole en de keukenapparatuur in één nacht onbruikbaar zijn geworden. De verzekering dekt de inboedel — als je geluk hebt, als je de juiste polis hebt, als je niet onderverzekerd bent. Veel gezinnen in de Vesdrevallei ontdekten pas na de ramp dat ze dat wél waren.

En dan moet je vervangen. Alles tegelijk. Maar de lokale elektronicazaak in Pepinster — als die er al was — staat zelf onder water. De Mediamarkt in Verviers is dicht. De wegen zijn onberijdbaar. En je hebt geen auto meer, want die drijft ergens in een parkeergarage.

Wat overblijft: een smartphone — als die het nog doet — en een internetverbinding bij de buren. Of bij het gemeentelijk opvangcentrum. Of nergens, elf maanden lang, want zo lang duurde het voor de laatste gemeenschappen in het getroffen gebied weer telecommunicatie hadden.

Elf maanden.

In die context wordt e-commerce geen gemak meer. Het wordt infrastructuur. Het wordt de manier waarop een gezin weer een laptop bestelt voor de kinderen die al weken hun huiswerk op papier maken. Het wordt het kanaal waarlangs je een betaalbare router vindt, een tablet waarmee je je verzekeringsformulieren kunt invullen, een smartphone waarmee je de aannemer kunt bellen die al drie keer niet is komen opdagen.

De prijs van een haperende keten

Maar goed — als je denkt dat het probleem stopt bij de mensen die hun apparaten kwijt zijn, dan mis je de helft van het verhaal. De andere helft zit in de keten die die apparaten moet leveren.

In 2011 overspoelden de wateren in Thailand honderden fabrieken, waaronder de faciliteiten waar een groot deel van 's werelds harde schijven werd geproduceerd. Veertienduizend bedrijven wereldwijd ondervonden de gevolgen — van autofabrikanten in Japan tot computerbouwers in Texas. De prijzen van consumentenelektronica stegen maandenlang. Dat is geen Belgisch voorbeeld, maar het illustreert iets wat sindsdien alleen maar relevanter is geworden: de mondiale elektronicaketen is fragiel. Één knoop die uitvalt, en de hele structuur trilt.

Dichter bij huis: de Rijn, de belangrijkste handelsrivier van Europa. In 2018 en opnieuw in 2022 daalde het waterpeil zo ver dat de scheepvaart deels stillag. Het transport op de Rijn viel in het derde kwartaal van 2018 met 27 procent, volgens McKinsey. Chemicaliën, grondstoffen, halffabricaten — alles wat via die rivier naar fabrieken in het Ruhrgebied en verder moet, stagneerde. Duitsland — de grootste economie van Europa en de motor achter een aanzienlijk deel van de elektronicaproductie op het continent — zag zijn chemische en farmaceutische productie in drie maanden met 10 procent dalen. Wie wil begrijpen wat een Belgische verkoper ziet als hij naar de Europese e-commerce kaart kijkt, moet die kwetsbaarheid meewegen.

En dan zijn er de overstromingen zelf. De Nationale Bank van België publiceerde in 2024 een analyse van de economische impact van de julivloed op Belgische bedrijven — met gedetailleerde btw-data en bedrijf-tot-bedrijftransacties als basis. De bevinding: direct getroffen bedrijven zagen een omzetdaling van 15 procent in het eerste kwartaal na de vloed. En het bleef niet lokaal. Bedrijven die afhankelijk waren van leveranciers in overstroomde gebieden — zonder zelf nat te worden — leden een persistent omzetverlies van 0,3 procent per procentpunt blootstelling. Dat klinkt klein. Het was het niet. Er waren elfduizend bedrijven die inkochten bij direct getroffen ondernemingen.

Waar ik naartoe wil: als extreme weersomstandigheden de productie verstoren én de logistiek platleggen én de vraag doen pieken — omdat duizenden huishoudens tegelijk moeten vervangen — dan ontstaat er een perfecte storm in de elektronicamarkt. Nieuwe producten worden duurder of onbeschikbaar. De levertijden lopen op. En de consument die het hardst getroffen is, betaalt de hoogste prijs.

Tenzij er een alternatief is.

Onderzoek dat er al was — en een lacune die er nog steeds is

Hier wordt het frustrerend. Of leerzaam. Dat hangt af van je verwachtingen.

Tussen 2007 en 2012 financierde de Europese Commissie een grootschalig onderzoeksproject: MICRODIS — voluit Integrated Health, Social and Economic Impact of Extreme Events. Het consortium, geleid door het Centre for Research on the Epidemiology of Disasters aan de UCLouvain in Brussel — hetzelfde instituut dat de internationale rampendatabase EM-DAT beheert — bracht onderzoekers samen uit meer dan tien landen. De opdracht was ambitieus en precies: de economische, sociale en gezondheidsimpact van natuurrampen in kaart brengen. Niet alleen de grote infrastructurele schade — bruggen, wegen, spoorlijnen — maar juist de impact op het niveau van huishoudens en gemeenschappen.

Het project werd gefinancierd vanuit het Zesde Kaderprogramma voor Onderzoek — FP6, voor wie de Europese acroniemen kan bijhouden — en leverde tientallen wetenschappelijke publicaties op. In het Bulletin of Earthquake Engineering verscheen een gedetailleerd artikel over de EEFIT-missie naar L'Aquila, Italië. Het Italiaanse Istituto Superiore di Sanità integreerde MICRODIS-data in zijn nationale gezondheidsbewakingsprogramma. De Universiteit van Heidelberg organiseerde een internationaal symposium. UN-SPIDER, het VN-kennisportaal voor rampenrisicoreductie, nam onderzoeksrapporten op over de gezondheidseffecten van overstromingen in Duitsland en andere Europese landen.

Dat onderzoek was goed. Dat onderzoek was nodig. Maar wat er niet in stond — en tot op vandaag nergens staat — is hoe de e-commerce sector reageert wanneer die extreme gebeurtenissen zich voordoen. Geen model voor het online koopgedrag na een ramp. Geen dataset over de verschuiving van fysieke naar digitale aankoopkanalen in getroffen regio's. Geen analyse van de rol die platformen als Bol.com of Amazon spelen in het herstel van huishoudens. En geen enkele verwijzing naar de circulaire economie als veerkrachtmechanisme.

Eerlijk gezegd weet ik niet of dat een verwijt is. Onderzoekers kunnen niet alles bestuderen. Maar het is wél opmerkelijk dat vijftien jaar na dat Europees gefinancierd onderzoek, en vijf jaar na de duurste overstromingsramp in de Belgische geschiedenis, niemand de verbinding heeft gelegd tussen rampenherstel en e-commerce. Terwijl die verbinding dagelijks zichtbaar is — in elke bestelling die vanuit een getroffen regio binnenkomt.

De circulaire lus die al draait

Ik moet iets opbiechten. Ik schrijf dit artikel voor een bedrijf dat refurbished elektronica verkoopt. Dat weet je — je leest dit op secondbay.be. Die transparantie ben ik je verschuldigd, want wat volgt is geen objectieve analyse. Het is een analyse vanuit een positie. En die positie is: wij zitten mídden in het systeem waar ik het over heb.

SecondBay verkoopt via Bol.com. Dat betekent: een klant bestelt, wij leveren, en als het product niet bevalt — of als de klant van gedachten verandert, of als de kleur toch niet klopt, of om welke reden dan ook — dan komt het retour. Dat is het e-commerce ecosysteem: een voortdurende stroom van producten heen en terug. Bol.com alleen al had in 2024 netto 5,9 miljard euro aan consumentenverkopen, verdeeld over 14 miljoen actieve klanten en ruim 45.000 verkooppartners. Elk van die partners verwerkt retours. Elke dag.

Wat wij doen met die retours is precies waar de circulaire economie concreet wordt. Niet als beleidsambitie in een EU-document, maar als proces op een dinsdagochtend. Een tablet komt terug. De retoursticker zit scheef op de doos, de tape is er haastig afgetrokken, en als je het deksel opent ruikt het naar het karton en de lichte plasticgeur van nieuw verpakkingsmateriaal. Het apparaat zelf is intact. We testen — scherm, batterij, aansluitingen, software. Je houdt het in je hand, draait het om, zoekt met je duim naar krasjes op de achterkant. Niets. Het werkt. Het gaat opnieuw in de verkoop, met een eerlijke beschrijving van de staat en de prijs die daarbij hoort.

Dat is geen groot verhaal. Het is de logistiek van elke dag. Maar het scháált. En het schaalt precies op de momenten dat het ertoe doet.

De Europese markt voor refurbished elektronica groeit met zo'n 10 tot 13 procent per jaar, afhankelijk van wiens schattingen je leest — Market Research Future noemt 13,2 procent, Coherent Market Insights houdt het op 10,2. In 2025 wordt de wereldwijde markt geschat op 141 miljard dollar. Europa neemt 30 procent voor zijn rekening. Platformen als Refurbed — het Weense bedrijf dat begin 2026 de grens van 3 miljard euro cumulatieve handelswaarde overschreed, met meer dan 10 miljoen verkochte producten — laten zien dat het geen niche meer is. Back Market, Swappie, de certified-refurbishedprogramma's van Apple en Samsung: de markt professionaliseert.

En de logica is dwingend. Een refurbished laptop kost 30 tot 50 procent minder dan nieuw. Een telefoon één jaar langer gebruiken vermindert de CO2-uitstoot over de levenscyclus met een derde, omdat 95 procent van de milieu-impact in de productie zit — niet in het gebruik. De EU duwt met het Recht op Reparatie en het Ecodesign-reglement. De WEEE-richtlijn wordt herzien. De richting is onmiskenbaar.

Maar goed. Dat is de macro. De micro is een gezin in Pepinster dat een laptop nodig heeft.

De rekening die niemand stuurt

Laat me een ruwe berekening proberen. Ik zeg er meteen bij dat de exacte cijfers niet bestaan — en dat dat precies het probleem is.

In de tien zwaarst getroffen Waalse gemeenten — categorie 1 in de classificatie van de Waalse regering, waaronder Pepinster, Verviers en Chaudfontaine — was de schade catastrofaal. Huizen onder water, begane grond verwoest. Als je conservatief schat — 25.000 huishoudens met substantiële elektronicaschade, en een gemiddelde vervangingswaarde van 2.000 euro — dan kom je op 50 miljoen euro aan verloren huishoudelijke elektronica. Alleen in België. Alleen in juli 2021.

En 2.000 euro is bescheiden. Een laptop: 700 euro. Een smartphone: 400. Een televisie: 500. Een router, een tablet, wat randapparatuur. Je zit er ruim boven.

Als die gezinnen nieuw kopen — en de meesten doen dat, want ze weten niet beter — dan betalen ze de volle prijs op het slechtst mogelijke moment. Het dak moet ook gerepareerd. De vloer. De cv-ketel. Elke euro telt drie keer. In die context is het verschil tussen een nieuwe laptop van 899 euro en een refurbished model van 449 euro niet triviaal. Die 450 euro is het verschil tussen een kind dat volgende week huiswerk maakt op een eigen scherm, of drie maanden wachten.

En dat is wáár de circulaire economie en e-commerce samenkomen — niet in een beleidsnotitie, maar in een bestelknop. Iemand in een getroffen regio opent Bol.com. Zoekt "tablet." Sorteert op prijs. Ziet een refurbished optie die 40 procent goedkoper is, met garantie, met dezelfde levering, via hetzelfde platform. Die transactie — die ene, kleine, alledaagse transactie — is de circulaire economie in actie. Geen theorie. Geen beleid. Praktijk.

De stukken die nooit op dezelfde tafel liggen

We hebben het onderzoek. Europa investeerde honderden miljoenen in projecten als MICRODIS om de impact van extreme gebeurtenissen op huishoudens en gemeenschappen te begrijpen. Die data bestaat. De publicaties staan in wetenschappelijke tijdschriften, in VN-portalen, op de websites van universiteiten.

We hebben de marktcijfers. De refurbished sector groeit tweecijferig. De EU duwt met regelgeving. De circulaire economie wint terrein — niet als abstract ideaal, maar als businessmodel dat rendeert. De platformen zijn er. De logistiek is er. De consument is er.

We hebben de rampcijfers. De European Environment Agency rapporteerde 790 miljard euro aan schade door weergerelateerde extremen in Europa tussen 1980 en 2023. In 2023 alleen al: meer dan 45 miljard, waarvan 81 procent door overstromingen, aldus het Copernicus-klimaatrapport. In de laatste 30 jaar troffen overstromingen 5,5 miljoen EU-burgers en veroorzaakten ze meer dan 170 miljard euro schade, volgens het Europees Parlement. Europa produceerde in 2022 meer dan 13 miljoen ton elektronisch afval — 32 kilo per Europeaan per jaar als je alle categorieën meetelt.

Wat we niet hebben: een verbinding. Geen beleid dat na een overstroming een fonds activeert voor betaalbare — desnoods refurbished — vervanging van huishoudelijke elektronica. Geen verzekeringsmodel dat de optie aanbiedt om refurbished te vervangen tegen lagere premie. Geen rampenherstelplan dat digitale wederopbouw als prioriteit benoemt, naast bruggen en waterleidingen. Geen onderzoeksprogramma dat e-commerce expliciet bestudeert als herstelkanaal.

Niet om het een of ander, maar die stukken liggen er allemaal. Ze zijn alleen nooit op dezelfde tafel gelegd.

Wat overblijft

Het Europese kaderprogramma dat MICRODIS financierde, heette het Zesde Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling. Het liep van 2002 tot 2006. Inmiddels zitten we bij Horizon Europe, het negende, met een budget van 95 miljard euro.

De overstromingen van 2021 in Wallonië kostten 2,8 miljard. Die van 2024 in Centraal-Europa troffen twee miljoen mensen. De prognoses van de European Environment Agency zijn eenduidig: het wordt niet minder.

Bol.com levert morgen. In heel België, in heel Nederland, in elke postcode die een pakketbezorger kan bereiken. Veertien miljoen klanten, 45.000 verkooppartners, een logistiek netwerk dat draait op beloftes van snelheid en beschikbaarheid. Dat netwerk is er niet voor rampen ontworpen. Maar het is er wel wanneer de rampen komen.

Ergens in de Vesdrevallei — ik heb er geen data voor, alleen een vermoeden en een handvol postcodes in ons systeem — bestelde iemand in de weken na juli 2021 een refurbished tablet. Niet omdat die persoon bezig was met de circulaire economie. Niet vanwege het EU-klimaatbeleid. Niet omdat een onderzoeker aan de UCLouvain had berekend dat extreme gebeurtenissen economische schade veroorzaken op huishoudniveau.

Maar omdat het 349 euro was in plaats van 599.

En omdat de kinderen huiswerk moesten maken.

Bronnen

  1. Assuralia. "De verzekeringssector in cijfers: trends en overstromingen juli '21" (2021) press.assuralia.be
  2. Nationale Bank van België. "The Macroeconomic Effects of the 2021 Floods in Belgium" — Working Paper No. 466 (2024) nbb.be
  3. European Environment Agency. "Economic losses and fatalities from weather- and climate-related extremes" (2025) eea.europa.eu
  4. FourKites. "Flooding in Belgium, Germany and Netherlands Impacts Global Supply Chains" (2021) fourkites.com
  5. FutuRaM / UNITAR / WEEE Forum. "2050 Critical Raw Materials Outlook for Waste Electrical and Electronic Equipment" (2025) futuram.eu
  6. Eurostat. "Over 32 kg/person of new electrical & electronic gear" (2025) ec.europa.eu
  7. Europees Parlement / Raad van de EU. "Richtlijn (EU) 2024/1799" — Right to Repair" (2024) eur-lex.europa.eu
Geschreven door Secondbay Redactie

Het redactieteam van Secondbay schrijft over slimme aankopen, duurzaamheid en alles wat je moet weten over refurbished elektronica. Wij geloven dat kwalitatieve technologie voor iedereen bereikbaar moet zijn.

Over ons team