Dinsdag, 14:17. Er staat een melding in mijn Bol.com-dashboard: acht nieuwe retouraanvragen. Drie in de ochtend, vijf rond de lunch. Eentje met als reden "voldoet niet aan verwachtingen" — een speaker die precies doet wat de fabrikant belooft, maar blijkbaar niet wat de klant had gehoopt. Eentje met "te laat besteld" — een cadeautje dat na de verjaardag arriveerde. En eentje — mijn favoriet — met alleen een vraagteken als toelichting.
Dat vraagteken ken ik inmiddels. Het betekent: ik weet eigenlijk niet waarom ik het terugstuur, maar het kan, dus ik doe het.
Die acht producten komen over een paar dagen aan in ons magazijn. We gaan ze openen, testen, controleren. En het overgrote deel — ergens tussen de zes en acht — gaat opnieuw online. Niet als nieuw, maar als getest retourproduct met een eerlijke beschrijving en een lagere prijs. Zo werkt ons bedrijf. Dag in, dag uit. Maar het verhaal dat ik wil vertellen, gaat niet over die acht producten. Het gaat over de miljoenen.
Het getal: 14,4 miljoen ton
In 2022 en 2023 werd er in de Europese Unie telkens 14,4 miljoen ton aan nieuwe elektrische en elektronische apparatuur op de markt gebracht. Dat waren de piekjaren — nooit eerder was het zoveel. Omgerekend is dat 32,2 kilo per inwoner. Nederland spant de kroon met 45,4 kilo per persoon, gevolgd door Duitsland met 38,9 kilo. Die cijfers komen van Eurostat, gepubliceerd in oktober 2025, en ze zijn zo groot dat ze abstract worden.
Laat me het concreter maken.
32 kilo per persoon is — ik heb het gewogen — het gewicht van een kleine koelkast. Elk jaar koopt elke Europeaan het equivalent van een koelkast aan nieuwe elektronica. Telefoons, tablets, laptops, koptelefoons, haardrogers, smartwatches, bluetooth-speakers, oplaadkabels. Het stapelt zich op in laden, op bureaus, in dozen onder het bed.
En als je het niet meer wilt? Daar wordt het interessant. Of eigenlijk: daar wordt het problematisch.
Wat er verdwijnt
Elk jaar komt er 14,4 miljoen ton nieuwe elektronica bij. Maar in 2023 werd er slechts 5,2 miljoen ton als e-waste ingezameld — 11,6 kilo per inwoner, tegenover de 32,2 kilo die erbij komt. Het verschil — 20,6 kilo per persoon, berekend door Eurostat zelf — verdwijnt. In laden. In kelders. In de vuilnisbak. In landen waar het niet hoort te belanden.
Het FutuRaM-project, opvolger van ProSUM en een van de meest gedetailleerde onderzoeken naar Europees e-waste, becijferde in 2025 dat er jaarlijks 10,7 miljoen ton aan e-waste wordt gegenereerd in de EU plus IJsland, Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Daarvan wordt slechts 54% correct ingezameld en verwerkt. De rest — bijna de helft — gaat verloren.
Ik vind "verloren" een merkwaardig woord. Alsof die spullen zelf zijn verdwaald. Ze zijn niet verdwaald. Ze liggen ergens. In een container op weg naar West-Afrika. In een vuilstort in Roemenië. In een la in jouw huis.
In die 10,7 miljoen ton zit bovendien zo'n één miljoen ton aan kritieke grondstoffen — koper, aluminium, neodymium, palladium. Van dat miljoen ton wordt minder dan de helft teruggewonnen. De rest is weg. Definitief.
De groei die niemand bijhoudt
Wat het verhaal nog complexer maakt: de Europese e-commerce groeit sneller dan het recyclagesysteem kan volgen.
In 2024 bereikte de totale Europese e-commerce omzet 842 miljard euro. Dat rapporteerde EuroCommerce in de zomer van 2025. In Duitsland steeg het marktplaatsaandeel van 54 naar 57% van de totale online omzet, blijkt uit het HDE Online Monitor 2025. Op Bol.com — ons thuisplatform — groeide de netto-omzet naar 3,1 miljard euro. Die groei is goed voor ons als verkopers. Maar ze heeft een keerzijde die we eerder al beschreven: elke verkoop genereert een kans op een retour.
En op Bol.com is die kans reëel. Gratis retourneren is er de standaard. Veertien dagen bedenktijd. Geen vragen. Dat is goed voor de consument — en wij vinden dat ook. Maar het betekent dat een deel van wat wij verkopen, terugkomt. Niet omdat het stuk is. Omdat de klant van gedachten veranderde.
Meer online verkoop betekent meer verpakkingen, meer transport, meer retouren. En meer retouren betekent meer producten die ergens terechtkomen waar ze oorspronkelijk niet naartoe gingen.
Toen Reuters in 2017 schreef over de explosieve groei van eBay-verkopers in Europa, was dat een succesverhaal. Terecht. Maar de keerzijde van dat verhaal — de retourstroom — die was toen nog geen onderwerp. Nu wel.
In Italië zag het Italiaanse nieuwsplatform Sky TG24 hetzelfde patroon: kleine en middelgrote ondernemingen die dankzij online marktplaatsen hun bereik exponentieel vergrootten. Het Campanese CIS-handelscentrum documenteerde hoe regionale modebedrijven via platforms als eBay hun producten naar heel Europa begonnen te verschepen. Zelfs ambachtelijke bedrijven — een schoenmaker in het zuiden van Italië die zijn leren producten via een eBay-tips-pagina leerde promoten — vonden hun weg online.
Dat is de opportunity economy waar Politico EU over schreef: marktplaatsen als springplank voor ondernemers in heel Europa. Van Napels tot Gent. Van een schoenmaker tot een refurbished-verkoper.
Maar elke sprong landt ergens. En de landing van de e-commerce groei is een berg aan producten die niet worden gebruikt, niet worden gerepareerd, en niet worden gerecycled.
Wat een enkel product kost aan de planeet
We schreven eerder over de CO2-kosten van nieuwe elektronica: 331 kilogram per laptop, 75 tot 85% daarvan in de productie. Dat cijfer van Circular Computing is blijven hangen. Het hoort ook te blijven hangen.
Maar ik wil hier een ander punt maken. Het gaat niet alleen om CO2. Het gaat om grondstoffen. In die 10,7 miljoen ton e-waste zit één miljoen ton aan materialen die we "kritiek" noemen — koper, aluminium, neodymium, palladium. Materialen die we opnieuw uit de grond halen om nieuwe producten te maken, terwijl de oude in een la liggen.
Een refurbished product dat wij opnieuw verkopen, lost dat niet op. Maar het vertraagt het. Elk product dat een tweede eigenaar krijgt in plaats van een recyclagebak, is een product dat niet opnieuw geproduceerd hoeft te worden. Dat is geen greenwashing. Dat is wiskunde.
Wat Europa probeert te doen
De Europese Unie ziet het probleem. Dat kun je haar nageven.
In juni 2024 werd de Right to Repair-richtlijn aangenomen door de Europese Unie — het Parlement en de Raad samen. Sinds juli 2024 is de richtlijn van kracht. Lidstaten hebben tot juli 2026 om haar om te zetten in nationaal recht. De kern: fabrikanten worden verplicht om producten te repareren, ook ná de garantieperiode, zolang de reparatie technisch mogelijk is en de kosten redelijk zijn. Voor smartphones en tablets schrijft de bijbehorende ecodesign-verordening voor dat onderdelen minstens zeven jaar beschikbaar moeten blijven na het stopzetten van een productlijn.
Sinds juni 2025 moeten smartphones en tablets die in de EU worden verkocht bovendien een repareerbaarheidslabel dragen — een score van A tot E, vergelijkbaar met het energielabel. Hoe gemakkelijk is de batterij te vervangen? Hoe lang worden software-updates geleverd? Hoe beschikbaar zijn de onderdelen?
Dat klinkt goed. En het ís goed. Maar — en hier komt mijn twijfel — het is ook traag. De richtlijn geldt voorlopig alleen voor productcategorieën waarvoor specifieke ecodesign-regels bestaan: wasmachines, koelkasten, smartphones, tablets, elektronische displays. Koffiezetapparaten? Koptelefoons? Bluetooth-speakers? Niet gedekt. Nog niet.
En er is een fundamenteler probleem. De Right to Repair gaat over producten die stuk zijn. Maar het grootste deel van de elektronica dat wij verwerken, is niet stuk. Het is teruggestuurd. Ongebruikt, soms zelfs ongeopend, maar met een status — "retour" — die het in een grijs gebied plaatst. Niet nieuw genoeg om opnieuw als nieuw te verkopen. Niet stuk genoeg om te repareren. Niet oud genoeg om weg te gooien.
Dat grijze gebied is waar wij zitten.
Het grijze gebied
Wij verkopen refurbished en retour-elektronica. We hebben eerder beschreven waarom we dat doen en hoe dat proces eruitziet. Maar de korte versie: elk product gaat door onze handen. Letterlijk. En wat er uit dat proces komt, valt in drie categorieën: als-nieuw, B-keuze, of recyclagebak.
Van de laatste partij die we verwerkten — 94 producten uit een Duits sorteercentrum — werkten er 81 perfect. Elf hadden cosmetische schade. Twee hadden een softwareprobleem dat we konden oplossen. Nul hadden een hardwaredefect dat reparatie onmogelijk maakte.
Nul. Van de 94.
Maar zonder iemand die ze test, die ze controleert, die beslist wat ermee moet gebeuren — waren het er 94 in de container naar het recyclagecentrum. Of erger: 94 in een la.
Dat is het werk dat niet in de richtlijnen staat. Niet het repareren van stukke spullen. Het redden van goede spullen die niemand meer wil.
Waarom dit groeit — ook in het zuiden
De Europese refurbished consumentenelektronicamarkt was in 2023 goed voor 7,7 miljard euro, rapporteerde ChannelEngine. Dat aandeel groeit naar verwachting naar 11% in 2025 — een verdubbeling in twee jaar van het marktaandeel.
Wat opvalt in dat rapport: de sterkste groei zit in Zuid-Europa. Italië, Spanje, Portugal. Markten waar de e-commerce adoptie later op gang kwam dan in Duitsland of het Verenigd Koninkrijk, maar waar de combinatie van prijsgevoeligheid en groeiend online koopgedrag een gat in de markt creëert voor refurbished producten.
Dat klopt met wat wij sporadisch zien via Vinted — we schreven daar eerder over. De bereidheid om een getest tweedehands product te kopen in plaats van nieuw groeit. Overal in Europa. In het noorden, waar het al langer gangbaar is. En in het zuiden, waar het nieuw is maar snel normaal wordt.
77% van de EU-burgers zegt dat ze liever een apparaat laten repareren dan het weggooien. Dat bleek uit een Eurobarometer-enquête die de Europese Commissie aanhaalde bij de introductie van de Right to Repair-richtlijn. Of mensen dat ook daadwerkelijk doen, is een andere vraag. Maar de intentie is er.
Wat wij doen — en wat we niet doen
We claimen niet dat we de planeet redden. Recycling is nodig. Reparatie is nodig. Betere productontwerpen zijn nodig. Minder consumptie is — eerlijk gezegd — het meest nodig van allemaal, maar dat is niet het soort zin dat je verwacht op een webshoppagina over duurzaamheid.
Wat wij doen is beperkter en concreter. We zitten op het scharnierpunt tussen "retour" en "afval" en zorgen ervoor dat producten die nog werken, niet door die spleet vallen. De schaal is bescheiden — honderden producten per maand, niet tienduizenden. Maar dat scharnierpunt bestaat, en iemand moet erop staan.
Het vraagteken
Die klant met het vraagteken als retourreden? Het product is inmiddels terug. Een Samsung Galaxy Tab, 2024-model, originele verpakking, beschermfolie nog op het scherm. Het doosje had een gebutste hoek — ergens in de retourlogistiek — met een sticker: "Retoure — Originalverpackung beschädigt."
We hebben hem getest. Scherm: nul krasjes. Batterij: 100%. Software: up-to-date. Alles compleet.
Hij staat nu online voor 73 euro minder dan de winkelprijs. Binnenkort koopt iemand hem — iemand die het verschil kent tussen een gebutste doos en een gebutst apparaat.
En de productie-CO2 die een nieuwe versie van ditzelfde apparaat zou kosten? Die wordt niet uitgestoten. Niet door ons. Niet voor dit product. Niet vandaag.
Dat is een klein ding. Maar vermenigvuldig het met honderden producten per maand, met tientallen bedrijven als het onze in heel Europa, en het begint ergens op te lijken. Niet op een oplossing. Op een begin.
Bronnen
- Eurostat. "Over 32 kg/person of new electrical & electronic gear" (2025) ec.europa.eu
- FutuRaM / UNITAR / WEEE Forum. "2050 Critical Raw Materials Outlook for Waste Electrical and Electronic Equipment" (2025) futuram.eu
- EuroCommerce / Ecommerce Europe. "European E-Commerce Report 2025" (2025) eurocommerce.eu
- HDE / Handelsverband Deutschland. "HDE Online-Monitor 2025" (2025) — betaalde publicatie; samenvatting via Ecommerce News Europe: ecommercenews.eu
- Reuters via Yahoo Finance. "eBay millionaire sellers in Germany and UK grow 50 percent in four years" (2017) finance.yahoo.com
- Sky TG24 — berichtgeving over groei Italiaanse KMO's in online handel via marktplaatsen. Geen specifieke artikel-URL beschikbaar; algemene nieuwspagina: tg24.sky.it
- CIS. "it" (Centro Ingrosso Sviluppo, Campania) — documentatie van regionale online handelsgroei in Zuid-Italië. Geen specifieke publicatie-URL gevonden; hoofdpagina: cis.it
- Circular Computing. "What Is The Carbon Footprint Of A Laptop?" (2025) circularcomputing.com
- Europees Parlement / Raad van de EU. "Richtlijn (EU) 2024/1799" — Right to Repair" (2024) eur-lex.europa.eu
- Europese Commissie. "Ecodesign Regulation for smartphones and tablets" — new EU rules apply from 20 June 2025" (2025) single-market-economy.ec.europa.eu
- Europese Commissie / Eurobarometer. "77% EU-burgers verkiest reparatie boven vervanging" (2020) — geciteerd via Europees Parlement: europarl.europa.eu
- ChannelEngine / Cross-Border Commerce Europe. "TOP 100 Consumer Electronics Retail Europe 2024" (2024) cbcommerce.eu



