Ga naar inhoud Ga naar inhoud
Toegevoegd!
Bekijken Afrekenen
Gemeenschappen heropbouwen: waarom betaalbare elektronica de ontbrekende schakel is in rampenherstel
Koffiepauze

Gemeenschappen heropbouwen: waarom betaalbare elektronica de ontbrekende schakel is in rampenherstel

Delen Facebook LinkedIn X / Twitter WhatsApp

202 van de 262. Dat is het getal dat ik het langst bij me droeg na het lezen van de overstromingsdossiers. Tweehonderdtwee van de tweehonderdtweeënzestig Waalse gemeenten werden door de Waalse regering erkend als rampgebied na juli 2021. Niet de helft. Niet een kwart. Meer dan driekwart van een heel gewest.

Ik weet niet hoe dat klinkt als je het leest. Maar ik weet hoe het eruitziet als je door de Vesdrevallei rijdt, bijna vijf jaar later. De nieuwe gevels die te nieuw zijn voor de straat. De sociale woningen die nog altijd leegstaan — deuren dicht, brievenbussen overwoekerd. De bruggen waar de leuning nog glimt van het staal.

De fysieke heropbouw — die zie je. Maar er is een ander soort herstel dat onzichtbaar is. Het herstel van gemeenschappen. Van de dagelijkse structuur die maakt dat mensen functioneren: school, werk, zorg, contact met elkaar. En in 2026 loopt dat herstel voor een groot deel via apparaten die op een keukentafel staan.

Of niet staan. Omdat het water ze heeft meegenomen.

Wat gemeenschapsherstel eigenlijk betekent

Er is een woord in het Tagalog — bayanihan — dat verwijst naar de Filipijnse traditie waarbij een hele gemeenschap samenkomt om letterlijk een huis te verplaatsen. Iedereen draagt een stuk. Het beeld is concreet: tientallen schouders onder één dak. Het concept is breder: de weerbaarheid van een gemeenschap zit niet in haar infrastructuur, maar in haar vermogen om samen te handelen wanneer het misgaat.

Een onderzoeksrapport uit het MICRODIS-project — voluit Integrated Health, Social and Economic Impact of Extreme Events, het Europese FP6-gefinancierde consortium dat tussen 2007 en 2012 de sociaaleconomische en gezondheidsimpact van extreme gebeurtenissen onderzocht, geleid door het Centre for Research on the Epidemiology of Disasters aan de UCLouvain in Brussel — gebruikte precies dat concept. Het rapport, getiteld Rebuilding Communities and Lives: The Role of Damayan and Bayanihan in Disaster Resiliency, beschreef de rol van gemeenschapssolidariteit in de veerkracht van huishoudens na rampen. Niet de hoogte van de dijk. Niet het budget van de hulpdiensten. Maar de banden tussen mensen.

Kijk. Dat klinkt warm en menselijk, en dat is het ook. Maar het heeft een harde, praktische kant. Gemeenschapsherstel betekent: dat kinderen naar school kunnen. Dat ouders een inkomen behouden of een nieuw vinden. Dat gezinnen toegang hebben tot zorg — fysiek en mentaal. Dat buren contact houden. Dat het OCMW bereikbaar is. Dat de verzekeraar bereikbaar is. Dat de gemeente informatie deelt over herstellingen, subsidies, tijdelijke huisvesting.

In 2026 loopt elk van die functies — school, werk, zorg, overheid, sociaal contact — voor een substantieel deel via digitale kanalen. En elk van die kanalen vereist een apparaat.

De digitale kwetsbaarheid die er al was

Hier wordt het belangrijk om eerlijk te zijn over de uitgangspositie. De digitale kloof in België is niet ontstaan door de overstromingen. Ze was er al. De overstromingen hebben haar alleen onzichtbaar groter gemaakt.

Eurocities — het netwerk van Europese grootsteden — publiceerde in 2024 een analyse van digitale inclusie waarin één cijfer eruit sprong: 46 procent van de Belgische bevolking is digitaal kwetsbaar. Bijna de helft. Niet alleen ouderen. Niet alleen lage inkomens. Alle leeftijdsgroepen, alle regio's, met hogere percentages onder gemarginaliseerde groepen. Gent — de stad waar ik woon — heeft meer dan 10.000 digitale hulpvragen per jaar van vrijwilligers die burgers helpen met basistaken: een formulier invullen, een afspraak maken, een app installeren.

In Wallonië, waar de overstromingen het hardst toesloegen, is de digitale infrastructuur structureel zwakker dan in Vlaanderen. België heeft een internetpenetratie van 93 procent — boven het EU-gemiddelde van 89 — maar dat cijfer zegt niets over de kwaliteit van de toegang of de beschikbaarheid van apparaten in huishoudens met lage inkomens. Het programma Digital Wallonia investeert sinds 2019 in connectiviteit, vaardigheden en digitale overheidsdiensten. De Federatie Wallonië-Brussel heeft 170 miljoen euro gestoken in digitalisering van het onderwijs via het Digital School-programma. Maar de realiteit op de grond — zeker in de kleinere gemeenten langs de Vesdre, de Ourthe, de Amblève — was in juli 2021 dat veel huishoudens al vóór de vloed moeite hadden met digitale toegang.

En toen kwam het water.

Wat er verdwijnt als het water komt

Ik heb er eerder over geschreven: de economische impact van verloren elektronica na een overstroming. De getallen — 71.000 schadeclaims, 2,8 miljard euro schade in Wallonië, 39 doden. Maar die getallen vertellen niet wat er op gemeenschapsniveau verdwijnt.

Laat me het concreet maken. Een school in Pepinster. De eerste schooldag na de zomer van 2021. De kinderen zitten in een noodlokaal want het schoolgebouw is beschadigd. De leerkracht wil een les opstarten via Smartschool — het digitale leerplatform dat 57 procent van alle Vlaamse basis- en middelbare scholen gebruikt, en een op de vijf Franstalige middelbare scholen. Huiswerk, toetsen, communicatie met ouders, roosters, cijfers — alles draait op dat platform.

Maar vier kinderen in de klas hebben geen apparaat meer thuis. De gezinstablet lag op de salontafel. De laptop lag in de woonkamer. Alles weg. En de Federatie Wallonië-Brussel heeft weliswaar een regeling voor de aankoop of huur van computerapparatuur voor leerlingen, maar die vraagt een eigen bijdrage van 75 euro per gezin — op een moment dat die gezinnen hun cv-ketel, hun vloer en hun auto aan het vervangen zijn.

Eerlijk gezegd: 75 euro klinkt niet veel. Maar als je alles bent kwijtgeraakt, is 75 euro het verschil tussen wel en niet. En het apparaat zelf — daar komt die 75 euro bovenop.

Dat terzijde. Het punt is niet de 75 euro. Het punt is dat digitale toegang geen luxe is voor die kinderen. Het is de voorwaarde om mee te kunnen doen op school. Zonder apparaat geen Smartschool. Zonder Smartschool geen huiswerk, geen toetsen, geen communicatie met de leerkracht. Het verschil tussen een kind dat aansluit en een kind dat achterblijft.

De eerste lijn die niemand benoemt

Na de overstromingen mobiliseerde het Waalse maatschappelijke weefsel zich snel — sneller dan de officiële hulpverlening, in veel gevallen. Housing Europe documenteerde hoe sociale woningmaatschappijen in Wallonië de eerste opvanglijn vormden. Binnen twee weken na de vloed hadden de meeste getroffen woningmaatschappijen alternatieve huisvesting gevonden voor hun huurders. 378 private huishoudens werden via sociale huisvesting geherhuisvest. 195 stonden nog op de wachtlijst.

De Waalse regering maakte 50 miljoen euro vrij voor noodhuisvesting via gemeenten en OCMW's. Nog eens 40 miljoen ging naar de aankoop van woningen op de privémarkt om beschikbaar te stellen aan getroffen gezinnen. De Europese Investeringsbank tekende een recordkrediet van 1,1 miljard euro voor Wallonië — deels voor wederopbouw na de vloed, deels voor energetische renovatie van sociale woningen.

Wat in geen van die programma's stond: vervanging van digitale apparaten.

Niet in de 50 miljoen voor noodhuisvesting. Niet in de 40 miljoen voor woningaankoop. Niet in de 1,1 miljard van de EIB. De fysieke wederopbouw — daken, muren, bruggen, rioolsystemen — kreeg terecht prioriteit. De digitale wederopbouw — de apparaten die een gezin nodig heeft om te functioneren in een samenleving die digitaal is geworden — werd aan het individu overgelaten.

Een onderzoeksgroep van UNU-CRIS publiceerde in 2024 een strategische analyse van de lacunes in het Belgische rampenbeheer na de overstromingen. Ze identificeerden zes "blinde vlekken." Eén daarvan: het gebrek aan gemeenschapsbetrokkenheid en inclusieve herstelstrategieën. De onderzoekers pleitten voor — ik parafraseer — adaptieve en inclusieve governance die gemeenschappen beschermt tegen toekomstige klimaatextremen. Digitale inclusie werd niet apart benoemd. Maar het is moeilijk om je een inclusieve herstelstrategie voor te stellen die geen antwoord heeft op de vraag: hoe zorgen we ervoor dat getroffen gezinnen digitaal kunnen functioneren?

Waar betaalbare technologie het verschil maakt

Waar ik naartoe wil: er is een concrete, praktische ingreep die het verschil maakt tussen een gemeenschap die herstelt en een gemeenschap die achterblijft. En die ingreep is niet duur. Ze is niet ingewikkeld. Ze vereist geen nieuw beleidskader, geen extra wetgeving, geen Europees onderzoeksprogramma.

Ze vereist een apparaat op de keukentafel.

Een refurbished tablet kost 349 euro. Een refurbished laptop 449. Met twee jaar garantie. Getest, beschreven, en morgen geleverd in heel België — via Bol.com of via de eigen webshop van de verkoper. Dat is 30 tot 50 procent minder dan nieuw. Het verschil gaat naar de cv-ketel, naar de vloer, naar de schoolboeken, naar de eerste termijn van de psycholoog.

Als je dat doorrekent voor duizenden gezinnen — niet als schatting, maar als simpele vermenigvuldiging — dan praat je over miljoenen euro's die in getroffen gemeenschappen blijven. Miljoenen die niet naar de productie van een nieuw apparaat gaan, maar naar het herstel van een huishouden.

En het apparaat zelf? Dat is een retourproduct. Iets wat bij een andere klant is besteld, geopend, teruggestuurd — soms met de beschermfolie er nog op. Wij testen het, beschrijven het eerlijk, en bieden het opnieuw aan. Dat is de circulaire economie op haar concreetst — en ze wordt het meest concreet precies op de momenten dat ze het hardst nodig is.

Wat gemeenschapsveerkracht in 2026 betekent

Het MICRODIS-onderzoek leerde ons — via projecten aan de UCLouvain, de Universiteit van Heidelberg, en partners in meer dan tien landen — dat de veerkracht van gemeenschappen na rampen afhangt van sociale banden, van solidariteit, van het vermogen om samen te handelen. Bayanihan. Schouders onder één dak.

In 2026 is dat dak digitaal. De school draait op Smartschool. De huisarts biedt videoconsulten aan. Het OCMW heeft een onlineportaal. De verzekeraar communiceert via e-mail. De gemeente stuurt berichten via een app. De buren houden contact via WhatsApp. De psycholoog werkt met een mix van fysieke en online sessies.

Maar goed. Zonder een apparaat dat werkt, is dat hele digitale dak onbereikbaar. En na een overstroming — wanneer de televisie, de laptop, de tablet, de router en de smartphones van een gezin in één nacht onbruikbaar zijn geworden — is de vraag niet óf je digitaal wilt functioneren. De vraag is: kun je het betalen?

De EU heeft twintig jaar aan onderzoek en wetgeving geïnvesteerd in duurzaamheid, repareerbaarheid en circulaire economie. Die investering maakt het mogelijk dat er vandaag een refurbished markt bestaat die betaalbare, geteste, gegarandeerde apparaten aanbiedt. Dat is geen toeval. Dat is beleid dat uitkomt bij een product.

Niet om het een of ander, maar ik vind dat het mooiste moment van die beleidsketen: niet het moment waarop de wet wordt aangenomen, maar het moment waarop een gezin in de Vesdrevallei een refurbished tablet uitpakt. Het kind logt in op Smartschool. De moeder belt haar huisarts. De vader vult het OCMW-formulier in.

Drie handelingen. Eén apparaat. En een gemeenschap die weer iets dichter bij normaal is.

Wat overblijft

De Waalse regering erkende 202 van de 262 gemeenten als rampgebied. De EIB tekende voor 1,1 miljard euro. De sociale woningmaatschappijen herhuisvestten honderden gezinnen. De bruggen worden herbouwd. De dijken worden versterkt. De Vesdre krijgt meer ruimte.

Maar ergens in Limbourg — het stadje waar het Thomson Reuters Foundation in 2022 de lege sociale woningen fotografeerde, de overvolle brievenbussen, de dichtgetimmerde deuren — woont een gezin dat alles heeft teruggekregen behalve de laptop die de kinderen nodig hebben voor school.

Die laptop staat niet in een rampenherstelplan. Die laptop staat niet op een lijst van de woningmaatschappij. Die laptop is niet gedekt door de 50 miljoen voor noodhuisvesting.

Die laptop kost 449 euro als je hem refurbished koopt.

En de kinderen beginnen maandag weer aan een nieuw trimester.

Geschreven door Secondbay Redactie

Het redactieteam van Secondbay schrijft over slimme aankopen, duurzaamheid en alles wat je moet weten over refurbished elektronica. Wij geloven dat kwalitatieve technologie voor iedereen bereikbaar moet zijn.

Over ons team

Ontdek tweedehands en tweedekans retourdeals met 2 jaar garantie

Elk product bij Secondbay is met de hand gecontroleerd op werking en beoordeeld op conditie.

Bekijk retourdeals Alle categorieën

2 jaar garantie · Gratis verzending vanaf €50 · Duurzaam tweedehands