95 miljard euro. Dat is het budget van Horizon Europe, het negende Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Het loopt van 2021 tot 2027 en financiert alles van kwantumcomputing tot klimaatadaptatie. Het is het grootste civiele onderzoeksprogramma ter wereld. En de meeste mensen hebben er nog nooit van gehoord.
Dat is niet erg. De meeste mensen hoeven er ook niet van te horen. Wat ze wél moeten weten — en wat ik pas begreep toen ik er een paar maanden in dook voor een ander artikel — is dat de regels die bepalen wat je als consument mag verwachten van een elektronisch apparaat, hoe lang dat apparaat moet meegaan, of je het mag laten repareren, en wat er gebeurt als het stuk gaat, voor een groot deel hun oorsprong vinden in onderzoek dat Europa twintig jaar geleden begon te financieren.
Dit is het verhaal van dat pad. Van een academisch consortium in een vergaderzaal in Heidelberg naar een Recht op Reparatie dat in juli 2026 in elke EU-lidstaat wet wordt. En van dat recht naar de webshop waar ik werk.
Waar het begon: een consortium en een call for papers
In 2007 startte de Europese Commissie het project MICRODIS — het liep tot 2012 — voluit Integrated Health, Social and Economic Impact of Extreme Events. Het was een van de grotere projecten binnen het Zesde Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling, beter bekend als FP6. Het consortium werd geleid door het Centre for Research on the Epidemiology of Disasters aan de UCLouvain in Brussel en telde partners uit meer dan tien landen — van epidemiologen tot economen, van gezondheidsonderzoekers tot sociale wetenschappers.
De Universiteit van Heidelberg, in het zuidwesten van Duitsland — meer specifiek het Universitätsklinikum Heidelberg — was een van die partners. Ze organiseerden een internationaal symposium en verspreidden een call for papers over de sociaaleconomische en gezondheidseffecten van extreme gebeurtenissen. Het soort academische activiteit dat buiten de universiteit niemand opmerkt, maar dat binnen de onderzoeksgemeenschap de fundering legt voor wat later beleid wordt.
Kijk. Ik vertel dit niet om je te imponeren met Europees jargon. Ik vertel het omdat er een lijn loopt — kronkelig, met omwegen, maar traceerbaar — van dat symposium in Heidelberg naar de laptop of tablet die wij gisteren verkochten via Bol.com.
Die lijn gaat zo.
Van FP6 naar de Green Deal: de beleidsketen
Europa financiert onderzoek in kaderprogramma's. Dat zijn meerjarige cycli — vijf jaar tot en met FP6, daarna zeven — die je kunt zien als de hartslag van het Europese wetenschapsbeleid. FP6 liep van 2002 tot 2006. FP7 van 2007 tot 2013. Horizon 2020 van 2014 tot 2020, met een budget van zo'n 80 miljard. En nu Horizon Europe, van 2021 tot 2027. De budgetten zijn gegroeid van 17,5 miljard euro in FP6 naar die 95 miljard in Horizon Europe. De ambities ook.
In FP6 en FP7 lag de nadruk op technologisch onderzoek — de fragmentatie van het Europese onderzoekslandschap verminderen, wetenschappelijke excellentie bevorderen, Europa concurrerend maken. Projecten als MICRODIS pasten in dat kader: fundamenteel onderzoek naar de impact van extreme gebeurtenissen op huishoudens en gemeenschappen. Kennis opbouwen. Data verzamelen. Publiceren.
Maar ergens tussen FP7 en Horizon 2020 verschoof de focus. Niet abrupt — meer als een schip dat geleidelijk van koers verandert. Het Europees Parlement beschreef die verschuiving als de overgang van technologisch onderzoek naar innovatie en maatschappelijke uitdagingen. De Europe 2020-strategie uit 2010 en het Innovation Union-initiatief beïnvloedden die heroriëntatie. Ineens ging het niet meer alleen om kennis produceren. Het ging om kennis toepassen. Problemen oplossen. De levens van burgers verbeteren.
En één van die maatschappelijke uitdagingen was — je raadt het — duurzaamheid.
In 2015 adopteerden de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals. In 2019 lanceerde de Europese Commissie de European Green Deal. In 2020 volgde het Circular Economy Action Plan. En vanuit dat actieplan — dat expliciet voortbouwde op de kennis die in eerdere kaderprogramma's was opgebouwd — kwamen de wetten die nu de elektronica-industrie hertekenen.
Drie wetten die alles veranderen
Ik ga drie stukken wetgeving noemen. Niet om juridisch te worden, maar omdat ze samen het speelveld definiëren waarop elk bedrijf in refurbished elektronica opereert — inclusief het onze.
Eén: de Ecodesign for Sustainable Products Regulation, ofwel ESPR. In werking getreden op 18 juli 2024. Dit is de opvolger van de oude Ecodesign-richtlijn, maar dan radicaal breder. De ESPR eist dat producten op de Europese markt ontworpen worden voor duurzaamheid, repareerbaarheid, recycleerbaarheid en minimale milieu-impact. Niet als ambitie, maar als eis. Vanaf 2025 begint de Europese Commissie gedelegeerde handelingen aan te nemen voor specifieke productgroepen — textiel, elektronica, meubels, banden. Er komt een Digitaal Productpaspoort. Een verbod op vernietiging van onverkochte goederen. Verplichte informatie over levenscyclus en gerecycled materiaal.
Twee: de Right to Repair Directive, aangenomen op 13 juni 2024, in werking sinds 30 juli 2024. Lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk 31 juli 2026 omzetten in nationaal recht. De kern: fabrikanten worden verplicht om defecte producten te repareren, ook na de garantieperiode, voor producten waarvoor de EU repareerbaarheidseisen heeft vastgelegd. Smartphones, tablets, huishoudelijke apparaten — ze vallen er al onder. Een reparatie tijdens de garantieperiode verlengt die garantie automatisch met twaalf maanden. En er komt een Europees reparatieplatform dat consumenten verbindt met dienstverleners.
Drie: de herziene WEEE-richtlijn — Waste Electrical and Electronic Equipment — die momenteel wordt aangescherpt na druk van milieuorganisaties en op basis van nieuwe Eurostat-data. In 2023 werd er in de EU meer dan 14,4 miljoen ton aan elektrische en elektronische apparatuur verkocht, terwijl de inzameling van e-waste stagneert op 37,5 procent.
Eerlijk gezegd: toen ik de tekst van de ESPR voor het eerst las — en dat was geen lichte lectuur, het is EU-regelgeving in haar meest ontoegankelijke vorm — dacht ik: dit is MICRODIS, maar dan twintig jaar later en met juridische tanden. Hetzelfde uitgangspunt — de impact van menselijk handelen op systemen begrijpen — maar nu vertaald in regels die fabrikanten dwingen om producten te maken die langer meegaan, makkelijker te repareren zijn, en minder afval produceren.
De onderzoekers aan de UCLouvain en de Universiteit van Heidelberg die in 2007 de sociaaleconomische impact van extreme gebeurtenissen onderzochten, werkten niet aan reparatiewetgeving. Maar de beleidsketen die van hun werk naar het Recht op Reparatie loopt, is reëel. Het is dezelfde Europese Commissie, dezelfde kaderprogramma's, dezelfde ambitie om met onderzoek de wereld een klein beetje beter te maken. De ene generatie onderzoekers bouwt de fundering. De volgende generatie beleidsmakers bouwt er een gebouw op.
Dat terzijde. Ik ben geen beleidsanalist. Ik verkoop tablets.
Waar wij in dat gebouw wonen
SecondBay verkoopt refurbished elektronica via Bol.com en via onze eigen webshop. Wij zijn geen fabrikant, geen reparatiedienst, geen recycler. Wij zijn een e-commerce bedrijf dat retourproducten van onze eigen verkopen test, eerlijk beschrijft, en opnieuw aanbiedt — met korting en met garantie.
Maar goed. Als je die drie wetten samen leest, dan zie je de contouren van een markt die structureel verschuift. De ESPR maakt producten duurzamer en repareerbaarder. Het Recht op Reparatie geeft consumenten het recht om te kiezen voor reparatie boven vervanging. De WEEE-richtlijn duwt richting hergebruik en recycling. Samen creëren ze een ecosysteem waarin de levenscyclus van een elektronisch apparaat niet eindigt bij de eerste eigenaar.
En dat ecosysteem — die circulaire economie — is precies waar refurbished in past. Niet als trucje om goedkoop te verkopen, maar als logisch onderdeel van een beleidskader dat Europa twee decennia lang heeft opgebouwd. Van MICRODIS-onderzoek naar Green Deal-wetgeving naar een refurbished tablet die morgen bij je thuis wordt bezorgd.
De markt geeft ons gelijk. Althans, de cijfers doen dat. De Europese refurbished elektronica-markt groeit met 10 tot 13 procent per jaar. Europa neemt 30 procent van de wereldwijde markt voor zijn rekening. Refurbed — de Weense marktplaats — overschreed begin 2026 de 3 miljard euro cumulatieve handelswaarde. De markt professionaliseert, en dat is geen toeval. Het is het gevolg van beleid.
De repareerbaarheidsscore — en wat die betekent voor jou
Waar ik naartoe wil: dit is niet abstract. Het raakt je volgende aankoop.
Sinds 20 juni 2025 zijn er in de EU nieuwe regels van kracht voor smartphones en tablets. Elk nieuw toestel krijgt een repareerbaarheidslabel — van A tot E — gebaseerd op criteria als beschikbaarheid van onderdelen, demonteerbaarheid, en duur van software-ondersteuning. Het is de eerste concrete toepassing van de ESPR-principes op elektronica.
Wat dat voor jou betekent als consument: je kunt bij een aankoop zien hoe repareerbaar een product is. En wat het voor ons betekent als verkoper van refurbished: de producten die wij aanbieden, worden structureel beter repareerbaar. De onderdelen worden beschikbaarder. De documentatie wordt toegankelijker. De apparaten zijn ontworpen om langer mee te gaan — wat betekent dat een refurbished exemplaar met twee, drie jaar op de teller nog altijd een uitstekend apparaat is.
Dat is de cirkel. EU-onderzoek leidde tot EU-beleid. EU-beleid leidt tot EU-wetgeving. EU-wetgeving maakt producten duurzamer. Duurzamere producten maken refurbished aantrekkelijker. En refurbished maakt elektronica toegankelijk voor consumenten die niet de volle prijs willen of kunnen betalen — of die simpelweg niet inzien waarom ze 899 euro zouden uitgeven als een getest en gegarandeerd apparaat hetzelfde doet voor 449.
De afstand tussen een symposium en een bestelling
Ik denk soms na over de afstand. Niet in kilometers — hoewel Heidelberg op zeshonderd kilometer van ons magazijn ligt — maar in stappen. Hoeveel stappen zitten er tussen een academisch symposium over de sociaaleconomische impact van extreme gebeurtenissen en een klant in Antwerpen die een refurbished tablet bestelt?
Meer dan je kunt tellen. Maar ze zijn er allemaal. De onderzoekers aan de UCLouvain en het Universitätsklinikum Heidelberg die in kaart brachten hoe natuurrampen de economie van huishoudens raken. De beleidsmedewerkers bij de Europese Commissie die die kennis vertaalden naar actieplannen. De parlementariërs die stemden voor de Green Deal. De juristen die de ESPR formuleerden. De fabrikanten die hun producten herontwerpen om aan de nieuwe eisen te voldoen. De marktplaatsen die refurbished aanbod samenbrengen. En wij — een klein Belgisch bedrijf dat via Bol.com een tablet verkoopt die door iemand anders is geretourneerd, door ons is getest, en nu een nieuw thuis zoekt.
Niet om het een of ander, maar ik vind dat een mooi verhaal. Niet omdat het over ons gaat. Maar omdat het laat zien dat beleid — dat stoffige, onzichtbare ding waar niemand warm van wordt — uiteindelijk uitkomt bij iets concreets. Een apparaat in een doos. Met een label van A tot E. Met een garantie van twee jaar. Voor de helft van de prijs.
Wat overblijft
Het Zesde Kaderprogramma had een budget van 17,5 miljard euro. Het negende — Horizon Europe — heeft er 95. Ergens in dat groeipad zit een verschuiving van kennis om de kennis naar kennis die iets verandert. Van papers naar beleid. Van beleid naar wetten. Van wetten naar producten.
De ESPR treedt stap voor stap in werking. Het Recht op Reparatie wordt in juli 2026 nationaal recht in elke EU-lidstaat. De repareerbaarheidsscore voor smartphones en tablets is sinds juni 2025 een feit. De richting is onomkeerbaar — tenzij je gelooft dat Europa opeens besluit dat wegwerpelektronica toch het betere model was. Dat geloof ik niet.
Ergens in een archief van de Universiteit van Heidelberg staat nog de call for papers van het MICRODIS-symposium. Een pdf, waarschijnlijk. Het soort document dat alleen onderzoekers lezen en dat na het symposium in een digitale la verdwijnt.
Twintig jaar later staat er op secondbay.be een tablet te koop die voldoet aan eisen die hun wortels hebben in het onderzoek dat op dat symposium werd besproken.
De onderzoekers weten dat waarschijnlijk niet. De klant in Antwerpen weet het zeker niet.
Maar het pad is er. Het is lang. Het is kronkelig. En het werkt.



