Ga naar inhoud Ga naar inhoud
Toegevoegd!
Bekijken Afrekenen
Koffiepauze

Van Brusselse conferentiezaal naar Vlaamse praktijk — wat er overblijft van een Europese toolbox voor validatie

Delen Facebook LinkedIn X / Twitter WhatsApp

Op 13 september 2018, in de University Foundation aan de Egmontstraat in Brussel, sloot het InnoVal-consortium zijn tweejarig Erasmus+-traject af met een conferentie die het een Action Dialogue noemde. Gecoördineerd door het Lifelong Learning Platform, met het Europese universiteitsnetwerk EUCEN als partner, was de naam bewust gekozen: geen academisch congres waar onderzoekers naar elkaars slides kijken, maar een werksessie voor mensen die validatie van non-formeel en informeel leren in de praktijk moeten brengen.

Assessors, beleidsmakers, VET-coördinatoren, vertegenwoordigers van het Europees Economisch en Sociaal Comité. Cedefop was medeorganisator.

Het centrale product dat die dag werd gepresenteerd: een toolbox. Drie modules met concrete methoden voor assessors die informele en non-formele leerresultaten moeten beoordelen. Portfolio-assessments. Simulaties. Observaties op de werkplek. Digitale demonstraties. Elke module onderbouwd met casestudies uit zes landen — van het Griekse Dafni Kek tot het Portugese ANESPO, van UC Leuven-Limburg tot het Franse EIESP.

Kijk. Die toolbox bestaat nog. De modules zijn vrij beschikbaar. Het European Digital Learning Network verwees ernaar als een van de weinige praktische instrumenten voor assessors in het veld. Neth-ER — het Nederlands Huis voor Onderwijs en Onderzoek in Brussel — nam de conferentie op in zijn evenementenkalender als voorbeeld van hoe Erasmus+ KA2-projecten hun resultaten verspreiden. EPALE, het Europees platform voor volwasseneneducatie, publiceerde de conferentieagenda en de projectresultaten in meerdere talen.

Maar er is een probleem met toolboxes die niemand hardop zegt.

Een digitale toolbox zonder digitaal apparaat

De InnoVal-toolbox is gebouwd als online leeromgeving. De modules draaien in een browser. De casestudies zijn PDF's. De assessmentmethoden — portfolio-opbouw, videodemonstraties, digitale simulaties — vereisen dat zowel de assessor als de kandidaat toegang heeft tot een laptop, tablet of computer.

Niet om het een of ander, maar de doelgroepen waarvoor deze toolbox is ontworpen zijn precies de groepen die het vaakst géén apparaat bezitten. Vluchtelingen, laaggeschoolden, langdurig werklozen, vroegtijdige schoolverlaters — de kwetsbare groepen die InnoVal expliciet als prioriteit benoemt. De Barometer Digitale Inclusie van de Koning Boudewijnstichting toont het jaar na jaar: 46% van de Belgische bevolking is digitaal kwetsbaar. Bij lage inkomens stijgt het percentage met zwakke digitale vaardigheden tot 75%.

De toolbox gaat ervan uit dat de infrastructuur er is. Dat de assessor een computer heeft. Dat de kandidaat een e-portfolio kan opbouwen. Dat er ergens een scherm staat waarop je die videodemonstratie kunt opnemen. In de conferentiezaal aan de Egmontstraat, waar iedereen een laptop op tafel had, was dat een redelijke aanname. In een OCMW-kantoor in Kortrijk of een VDAB-vestiging in Genk is het dat niet.

Wat assessors in de praktijk tegenkomen

De InnoVal-modules beschrijven wat een assessor moet doen: de juiste methode kiezen voor de doelgroep, rekening houden met sociale barrières, de betrouwbaarheid van de beoordeling waarborgen, de kandidaat motiveren. Module II — specifiek over innovatieve assessmentmethoden — gaat uitgebreid in op het verschil tussen formatieve en summatieve benaderingen, op holistische rubrics, op het halo-effect bij beoordelaars.

Wat de modules niet beschrijven is wat er gebeurt als de kandidaat geen apparaat heeft om zijn portfolio op te bouwen. Of als de assessor in een organisatie werkt die drie gedeelde desktops heeft voor twintig medewerkers. Of als de validatieprocedure digitaal moet worden ingediend bij een instantie die alleen online dossiers accepteert — en de kandidaat geen eigen e-mailadres heeft.

Eerlijk gezegd is dat geen kritiek op InnoVal. Het project deed wat het moest doen: assessmentmethoden ontwikkelen en testen. De hardware-vraag viel buiten de scope. Maar de hardware-vraag is wel de reden dat de toolbox in sommige contexten een dode letter blijft — een briljant instrument dat in een la ligt omdat er geen stroom op de zaag staat.

En het ironische is: terwijl die assessor in Genk geen werkend apparaat op tafel heeft, retourneren Belgische consumenten op datzelfde moment duizenden elektronica-producten naar online verkopers. Technisch in orde, amper gebruikt — maar niet meer als nieuw verkoopbaar. In de Belgische e-commerce liggen retourpercentages voor elektronica tussen 15 en 30%. Dat zijn geen defecte producten. Dat zijn apparaten die op een tweede eigenaar wachten.

Wat er tussen conferentie en praktijk verdwijnt

Het patroon is herkenbaar voor iedereen die met Europese projectfinanciering werkt. Een consortium ontwikkelt iets waardevols. De resultaten worden gepresenteerd op een conferentie. EPALE publiceert een samenvatting. De toolbox wordt een Open Educational Resource. En dan eindigt de projectfinanciering.

Wat overblijft is een website die langzaam veroudert, modules die beschikbaar zijn maar waar niemand naar doorverwijst, en een groep assessors die de training heeft gevolgd maar in hun dagelijkse werk tegen dezelfde barrières aanloopt als ervoor. De blog-berufswelten.de — een Duits platform voor loopbaanoriëntatie — schreef er destijds over onder de kop "Innovatieve aanpakken voor competentiebeoordeling gezocht." Dat "gezocht" staat er nog steeds.

Dat terzijde: de inhoud van de toolbox is goed. De casestudies uit Portugal, Griekenland en Finland tonen assessmentmethoden die werken voor moeilijk bereikbare doelgroepen. Het probleem is niet de kwaliteit van het instrument. Het probleem is de afstand tussen het instrument en de mensen die het moet bereiken. Die afstand is deels digitaal. En deels heel concreet: de prijs van een apparaat.

Hoe e-commerce de oplossing creëert zonder het te weten

Wij zijn SecondBay, een Belgische webshop in Gent. Wij verkopen elektronica via Bol.com — de grootste online marktplaats in België en Nederland. Wie online koopt, stuurt soms terug. Een apparaat dat een klant twee weken heeft gebruikt, de verpakking geopend, technisch in orde — maar niet wat hij verwachtte. Dat product komt bij ons terug. Op een marktplaats kan het niet opnieuw als nieuw worden aangeboden.

Die retouren geven wij een tweede leven. We controleren elk product, testen het, en bieden het opnieuw aan via onze eigen webshop. Tegen een fractie van de oorspronkelijke prijs. Met garantie. Dezelfde koopervaring als een nieuw product bestellen — online betalen, geleverd aan huis — maar dan voor een apparaat dat al één keer is uitgepakt en daardoor een stuk betaalbaarder is.

Ons aanbod wisselt met wat er terugkomt: de ene week tablets, de andere week monitors of koptelefoons. Dat is inherent aan hoe de refurbished markt werkt — het aanbod volgt de retourstroom, niet een inkoopplanning. Maar de stroom stopt niet. Zolang er online verkocht wordt, zijn er retouren die een tweede eigenaar verdienen.

Maar goed, wij bouwen geen assessmenttools en wij trainen geen assessors. Wat wij wél doen is apparaten betaalbaar en toegankelijk maken via de infrastructuur die al bestaat: een webshop, pakketdiensten, online betaling, garantie. De logistiek die elk dag miljoenen nieuwe producten bij consumenten bezorgt, kan net zo goed een refurbished tablet bij een kandidaat voor een validatieprocedure afleveren.

De cirkel die het beleid niet sluit

In een eerder artikel beschreven we hoe het Europese validatiebeleid en het circulaire-economiebeleid twee sporen zijn die elkaar niet vinden. Dit artikel maakt datzelfde punt concreter: de InnoVal-toolbox is het bewijs dat de methoden klaar zijn. De duurzame en circulaire economie — van Vlaamse digibanken die refurbished laptops uitlenen tot commerciële webshops die retourelektronica verkopen — is het bewijs dat de apparaten er zijn.

Europa genereert jaarlijks 32 kilo elektronisch afval per inwoner. De Right to Repair-richtlijn maakt reparatie goedkoper. De ESPR dwingt fabrikanten tot duurzamer ontwerp. En de e-commerce — dezelfde e-commerce die de retourberg creëert — levert de infrastructuur om die apparaten betaalbaar bij nieuwe eigenaren te krijgen.

De InnoVal-toolbox wacht op een scherm. In de retourstromen van de Belgische e-commerce wachten schermen op een tweede eigenaar. Het is dezelfde wachtruimte — alleen weet de ene kant niet van de andere.

Geschreven door Redactie Secondbay

Het redactieteam van Secondbay schrijft over slimme aankopen, duurzaamheid en alles wat je moet weten over refurbished elektronica. Wij geloven dat kwalitatieve technologie voor iedereen bereikbaar moet zijn.

Over ons team

Ontdek tweedehands en tweedekans retourdeals, gecontroleerd

Elk product bij Secondbay is met de hand gecontroleerd op werking en beoordeeld op conditie.

2 jaar garantie · Gratis verzending vanaf €50 · Duurzaam tweedehands